Betaalinstelling: criteria voor een business case
De omzetting van de Richtlijn Betaaldiensten in de nationale wetgeving van de EU-lidstaten betekent niet alleen geharmoniseerde voorwaarden voor betaaldiensten in Europa.
De richtlijn introduceert ook een nieuwe categorie aanbieders van betaaldiensten, naast traditionele partijen als banken en elektronisch geldinstellingen: de betaalinstelling. Kansen voor nieuwe toetreders, maar ook voor bestaande niet-bancaire aanbieders. En verrassend genoeg, mogelijk ook voor dienstverleners in een niet-publieke setting, zoals shared service centers.
De Richtlijn Betaaldiensten
Eén van de recent genomen hobbels die de vrije beweging van kapitaal binnen de Europese Unie nog belemmerden, is de harmonisatie van lokale wetgeving op het gebied van betalen. Met de omzetting van de Richtlijn Betaaldiensten in nationale wetgeving per 1 november 2009, is deze harmonisatie in de meeste EU-lidstaten een feit. Vanaf dat moment kunnen aanbieders en afnemers van betaaldiensten in ieder land dezelfde transparantie van de dienstverlening en de kosten ervan verwachten. Ook kunnen ze in principe op dezelfde rechten rekenen en moeten ze aan dezelfde verplichtingen voldoen.
Naast geharmoniseerde regels voor betalingsverkeer, introduceert de richtlijn ook een nieuw soort betaaldienstverlener: de betaalinstelling. Dit is een niet-bancaire instelling die ‑met een speciale vergunning‑ de onder de richtlijn vallende betaaldiensten mag leveren in alle landen van de Europese Unie. De verwachting is dat deze nieuwe toetredingsmogelijkheid nieuwe spelers zal aantrekken, waardoor de concurrentie toeneemt. En dat heeft weer een gunstige uitwerking op de diversiteit en prijsstelling van de dienstverlening.
Kenmerken van een betaalinstelling
De Wft definieert een betaalinstelling als “degene die zijn bedrijf maakt van het verlenen van betaaldiensten (betaaldienstverlener) […] aan wie De Nederlandsche Bank een vergunning heeft verleend voor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener”. De wet geeft tevens aan welke betaaldiensten met deze vergunning mogen worden verleend (zie het addendum onderaan dit artikel).
Krachtens de wet heeft een betaalinstelling recht op toegang tot de in een land gebruikte systemen voor clearing en settlement van betalingstransacties (in Nederland bijvoorbeeld het door Equens beheerde interbancaire girale betaalsysteem). De wet stelt de betaalinstelling voor wat betreft de voorwaarden voor toegang op één lijn met andere gebruikers, zoals banken en elektronisch geldinstituten.
Of het bovenstaande betekent dat een betaalinstelling zelf een rekening mag aanhouden bij De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank is echter nog niet duidelijk.
In Nederland is het regime rondom betaalinstellingen vastgelegd in de Wet op het financieel toezicht (Wft).
Wanneer is een vergunning nodig?
Vanaf 1 november 2009 mogen bedrijven die opereren onder Nederlands recht, de in de Wft aangegeven betaaldiensten alleen verlenen met een vergunning als betaalinstelling van De Nederlandsche Bank. Ook banken en elektronisch geldinstellingen mogen dit alleen als het volgens hun bankvergunning nu al is toegestaan.
Er is een overgangsregime van toepassing voor betaaldienstverleners die hun activiteiten vóór 25 december 2007 zijn gestart, in overeenstemming met het toen geldende recht. In dat geval is uitstel van de vergunningsplicht mogelijk tot uiterlijk 30 april 2011.
Een vergunning als betaalinstelling is meteen paspoort voor het aanbieden en uitvoeren van de diensten in de andere EU-lidstaten. Er is geen noodzaak om hiervoor een bijkantoor te openen in het land waar de diensten worden geleverd.
Vrijstellingsregime
Een betaaldienstverlener die zijn hoofdkantoor of vestigingsplaats in Nederland heeft en zijn activiteiten alleen in Nederland ontplooit is vrijgesteld van de vergunningsplicht, als onder andere het gemiddelde maandelijkse totaalbedrag aan verrichte betalingstransacties over de afgelopen twaalf maanden niet boven 3 miljoen euro uitkomt.
Betaaldienstverleners die voor een vrijstelling van de vergunningsplicht in aanmerking willen komen, moeten zich bij De Nederlandsche Bank melden. En zodra een dienstverlener niet meer aan de voorwaarden voldoet, moet deze alsnog een vergunning als betaalinstelling aanvragen.
De betaaldiensten die een betaalinstelling levert moeten ook voldoen aan de regels die de Richtlijn Betaaldiensten hiervoor stelt. In Nederland zijn deze opgenomen in het Burgerlijk Wetboek en diverse Algemene Maatregelen van Bestuur.
Voorwaarden voor een vergunning
De Wft stelt in de eerste plaats eisen aan de deskundigheid, betrouwbaarheid en integriteit van de personen die het dagelijkse beleid van de betaalinstelling bepalen. Daarnaast stelt de wet eisen aan het beleid voor een integere bedrijfsuitoefening, de zeggenschapsstructuur en de inrichting van de bedrijfsvoering.
Om de stabiliteit van het betalingsverkeer in Nederland en Europa te beschermen stelt de wet ook eisen aan de betaalinstelling, die afgestemd zijn op hun specifieke operationele en financiële risico's. Zo zijn er eisen gesteld aan het aanvangskapitaal en aan het minimale eigen vermogen dat permanent aanwezig moet zijn.
De betaaldiensten die een betaalinstelling levert moeten ook voldoen aan de regels die de Richtlijn Betaaldiensten hiervoor stelt. In Nederland zijn deze opgenomen in het Burgerlijk Wetboek en diverse Algemene Maatregelen van Bestuur.
Vergunningshandhaving
Nederlandse bedrijven met een vergunning als betaalinstelling staan vanaf 1 november 2009 geregistreerd in het Register banken, verzekeraars en andere financiële ondernemingen dat deel uitmaakt van de Wft. Dit register wordt onderhouden door De Nederlandsche Bank. Deze is tevens belast met het prudentieel toezicht op de instellingen.
Ook op betaaldienstverleners met een vrijstelling van de vergunningsplicht houdt De Nederlandsche Bank toezicht, met name op het voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden. Een betaaldienstverlener is volgens de wet echter zelf verplicht om veranderingen in zijn situatie te melden die van invloed zijn op de vrijstelling en zonodig alsnog een vergunning als betaalinstelling aan te vragen.
Het gedragstoezicht op de Nederlandse betaalinstellingen ligt bij de Autoriteit Financiële Markten.
Criteria voor een business case
Een bedrijf dat opereert onder Nederlands recht en op dit moment al één of meer van de in de Wft aangegeven betaaldiensten levert in een publieke setting, of van plan is dat te gaan doen, heeft te maken met een compliance issue:
- na 1 november 2009 mogen deze diensten alleen geleverd worden met een vergunning als betaalinstelling of een afdoende bankvergunning van De Nederlandsche Bank (mogelijk met uitstel van de vergunningsplicht tot 30 april 2011);
- dit geldt ook voor geldtransferdiensten, die voorheen onder de Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt) vielen;
- onder specifieke voorwaarden is een vrijstelling van de vergunningsplicht mogelijk;
- In de Wft en het Burgerlijk Wetboek zijn bepaalde betaaldiensten uitgesloten van het wettelijke kader. Hiervoor is geen vergunning als betaalinstelling nodig. Het gevolg is wel dat de status als betaalinstelling niet van toepassing is op deze diensten
In de Wft en het Burgerlijk Wetboek zijn bepaalde betaaldiensten uitgesloten van het wettelijke kader. Hiervoor is geen vergunning als betaalinstelling nodig. Het gevolg is wel dat de status als betaalinstelling niet van toepassing is op deze diensten. de geleverde betaaldiensten moeten voldoen aan de regels die hiervoor zijn vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek en diverse Algemene Maatregelen van Bestuur;
De Wft doet geen uitspraak over de vraag of de activiteiten als betaalinstelling altijd in een publieke setting moeten worden uitgevoerd. Het lijkt er op dat bedrijven die de in de Wft aangegeven betaaldiensten willen leveren in een niet-publieke setting, bijvoorbeeld als shared service center, ook kunnen profiteren van de status als betaalinstelling:
- met deze status kan, net als bij publieke betaalinstellingen, directe toegang tot systemen voor clearing en settlement van betalingstransacties worden geëist, zonder hiervoor terug te vallen op een bancaire partner. En daarmee kan er mogelijk aanzienlijk worden bespaard op de kosten van de dienstverlening;
- let wel: het is nog onduidelijk of een betaalinstelling ten behoeve van interbancair settlement zelf een rekening mag aanhouden bij De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank; mogelijk is hiervoor toch een bancaire partner nodig;
- ook is er nog weinig bekend over de ondersteuning die processors als Equens aan betaalinstellingen zullen bieden en de prijsstelling van deze diensten.
Gezien de invloed die de laatste twee punten hebben op een level playing field voor betaalinstellingen, houdt Enigma de ontwikkelingen op beide gebieden scherp in de gaten.
Meer informatie
Nederlandse Vereniging van Banken
Enigma kan u helpen met uw business case
Enigma Payments Consulting heeft de expertise in huis om u te helpen met het opstellen van uw business case en het aanvragen van een vergunning als betaalinstelling. Meer weten? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.
Addendum
Betaaldiensten waarvoor een vergunning als betaalinstelling nodig is
- Alle verrichtingen die nodig zijn voor het exploiteren van een betaalrekening;
- Diensten waarbij contanten op een betaalrekening worden gestort of contanten van een betaalrekening worden opgenomen;
- Uitvoeren van betalingtransacties op een betaalrekening bij de betaaldienstaanbieder van de gebruiker of bij een andere betaaldienstaanbieder:
- incasso's, inclusief eenmalige incasso;
- betalingstransacties met een betaalkaart of een soortgelijk instrument;
- overboekingen, inclusief automatische betalingsopdrachten.
- Idem, waarbij de geldmiddelen zijn gedekt door een kredietlijn die aan de betaaldienstgebruiker wordt vertrekt;
- Uitgifte en/of aanvaarding van betaalinstrumenten;
- Geldtransfers;
Betalingstransacties voor goederen of diensten die worden doorgegeven en geautoriseerd met behulp van mobiele telefoon, online applicatie en dergelijke, waarbij de betaling rechtstreeks geschiedt aan de exploitant van het achterliggende systeem, die bovendien uitsluitend optreedt als intermediair tussen de betaler en de persoon die de goederen levert of de diensten verricht.
- Aanhouden van betaalrekeningen en verstrekken van kredieten
- Aangehouden betaalrekeningen mogen uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt;
- Ontvangen geldmiddelen mogen geen deposito’s of andere terugbetaalbare gelden zijn, of elektronisch geld;
-
Er mogen uitsluitend kredieten worden verstrekt in verband met de uitvoering van betalingstransacties.
Diensten die buiten het wettelijk kader vallen *)
- Verrichten van betalingstransacties met papieren cheques of tegoedbonnen, zonder dat er een betaalrekening aan te pas komt;
- Geldwisseltransacties waarbij het geld niet op een betaalrekening wordt aangehouden;
- Betalingstransacties in verband met effectendienstverlening;
- Diensten gebaseerd op bijvoorbeeld betaalkaarten die uitsluitend kunnen worden gebruikt ter betaling van goederen of diensten in de bedrijfsgebouwen van de uitgevende instelling, of uit hoofde van een handelsovereenkomst met de uitgevende instelling binnen een beperkt netwerk van dienstverleners of voor een beperkte reeks goederen en diensten;
- Diensten die de aanbieding van betaaldiensten ondersteunen zonder dat de dienstverlener op enig moment in het bezit komt van de over te maken gelden.
*) Hiervoor hoeft geen vergunning als betaalinstelling te worden aangevraagd. Daar staat tegenover dat er voor deze diensten ook niet van de status als betaalinstelling kan worden geprofiteerd.
Pieter van Stempvoort, september 2009
